De stichting DiFi wil geen ontwikkelingsorganisatie zijn, maar wil documenteren wat dreigt te verdwijnen. Dat geldt niet alleen voor fysieke verdwijningen (gebouwen die instorten of gesloopt worden) maar ook voor de verdwijnende orale geschiedenis. De jongeren zijn niet meer geïnteresseerd in de verhalen van de ouderen, waardoor het verleden niet meer doorverteld wordt en dreigt te verdwijnen.

Een tweede element in de documentatie van de verhalen over de mensen en de gebouwen is  de vergroting van het bewustzijn bij de huidige generaties over het eigen verleden. De boeken zijn een verzameling van informatie en beeld waarin mensen zich kunnen herkennen.

Het boek over Coronie werd in 2010 met veel enthousiasme ontvangen en gaf aanleiding voor de publicatie van een tweede boek over Suriname, eveneens in samenwerking met Chandra van Binnendijk: “Nickerie, verhalen van mensen en gebouwen”. Dit boek verscheen in 2013.

Het Coronie boek werd zowel in Paramaribo als ook in Coronie gepresenteerd. De boekpresentatie van het Coronie boek was tevens de opening van een tentoonstelling in het Surinaams Museum van niet alleen het boek, maar ook van de resultaten van een poëzie-workshop en een teken-workshop voor de kinderen van Coronie. Tegelijkertijd exposeerden een aantal vooraanstaande Surinaamse kunstenaars ut de stal van Readytex hun werk met als thema “Coronie” in ‘de Hal’ in Paramaribo. Kinderen van de lagere scholen uit Coronie bezochten de tentoonstelling in het Surinaamse Museum

Beide boeken laten een aantal prominente bewoners van de districten aan het woord. Het boek over Coronie beperkte zich tot de woonkernen in het district langs de Atlantische kust. De ouderen vertelden ons hun verhalen over hun verleden en gaven ons een intieme blik in hoe hun geschiedenis zich ontwikkeld had. De bevolkingsgroep die in dit boek met name aan het woord komt zijn de Coronianen van Afro-Afrikaanse afkomst.

De gebouwen die in dit boek gedocumenteerd worden, zijn, mede door de aandacht voor deze gebouwen, toegevoegd aan de Surinaamse monumentenlijst van de Stichting Gebouwd Erfgoed Suriname.

De spin-off van dit boek is nog voelbaar in Coronie: woningen worden opgeknapt met oog voor het historische detail, er is meer zelfbewustzijn bij de bevolking te bespeuren door al deze positieve aandacht, er is meer economische ontwikkeling, etc..

Het tweede boek had het district Nickerie als onderwerp.

In dit boek komt de immigratie van de Brits-Indische contractanten uitgebreid aan bod, mede door de geschiedenissen van twee in Nieuw Nickerie en den Haag wonende hindoestaanse families. Het schrijven van een boek over een heel district betekent dat lang niet alle facetten belicht worden, maar dat er keuzes gemaakt zijn. Ook in dit boek worden een aantal gebouwen gedocumenteerd. Eén van de spin-offs is dat bij de nieuwbouw van het kantoor van de Districts-Commissaris de historische kern van het gebouw overeind zal blijven. Die nieuwbouw zal hieromheen plaats vinden.

Ook het Nickerie boek werd op verschillende plaatsen gepresenteerd: De eerste presentatie  in Suriname vond plaats in Nieuw Nickerie, tijdens een uitgebreide bijeenkomst op het Oranje plein. De tweede presentatie was in Wageningen en in Paramaribo kwam de Hindoestaanse gemeenschap samen in het LalaRookh gebouw.

Voor de presentaties van het boek “Nickerie, verhalen over mensen en gebouwen” was een reizende tentoonstelling samengesteld die een overzicht gaf van een aantal facetten die in het boek aan de orde komen. De tentoonstellingspanelen zijn in Suriname na afloop van de presentaties overgedragen aan de financier van het boek, de Nederlandse Ambassade.

De tentoonstellingspanelen van de tentoonstelling in Nederland werden formeel overhandigd aan de Stichting Eekhta tijdens een presentatie in september 2014. Stichting Eekhta stelt de panelen permanent op, waardoor alle bezoekers kennis kunnen nemen van een deel van het materiaal. Op deze manier wordt ook hier bijgedragen aan de inzicht in de historie en aan het bewustzijn en eigenwaarde van de hindostaande bevolkingsgroep in Suriname en den Haag.

Reageren is niet mogelijk